Welcome, Guest
Username: Password: Remember me
  • Page:
  • 1

TOPIC: bemesting

bemesting 03 nov 2016 21:14 #1

  • Dhr. L.H. Theunissen, te Wijchen
  • Dhr. L.H. Theunissen, te Wijchen's Avatar Topic Author
  • Offline
De functies van voedingsstoffen voor de plant:
Er zijn zo'n 15 elementen waarvan bekend is dat ze voor het leven van de plant onmisbaar zijn. Koolstof, waterstof en zuurstof worden opgenomen uit de lucht en uit het water. De overige 12 elementen worden voornamelijk in minerale (anorganische) vormen zoals NO3? en K+ uit de grond opgenomen. Ze maken een normaal deel uit van de grond en ze komen voor de plant beschikbaar zodra organisch materiaal verrot en deeltjes zand en klei uiteenvallen.
Gronddelen die voor de normale groei noodzakelijk zijn worden voedingsstoffen genoemd. Voedingsstoffen worden gevonden in de basismaterialen van de grond: zand, klei, humus, mineralen, steentjes en water. De voedingsstoffen lossen op in water dat vervolgens door de plant wordt opgenomen. In een ingewikkeld chemisch proces wisselen de wortels ionen uit voor de voedingsstoffen die in oplossing in de grond zitten.

De grond zelf fungeert als een voorraadkamer voor voedingsstoffen. De meeste zijn in niet-uitwisselbare vorm: dat wil zeggen ze lossen niet, of maar slecht, in water op.
Slechts een klein gedeelte van de totale reserve is op een bepaald moment als gevolg van chemische processen of microbiologische activiteiten vrij. Gezonde grond bewaart een evenwicht tussen de vrije en de niet-beschikbare voedingsstoffen. Hierdoor ontvangen de planten in zo'n grond voortdurend de juiste hoeveelheid voedingsstoffen. Er zijn drie primaire voedingsstoffen: N (stikstof), P (fosfor) en K (kalium). Dit zijn de stoffen die voor de planten het belangrijkste zijn en die dus in de meeste meststoffen voorkomen. Tekorten in de grond zullen het meest waarschijnlijk ??n van deze drie betreffen en dan nog in het bijzonder stikstof. Naast deze drie primaire voedingsstoffen levert de grond nog drie secundaire voedingsstoffen: Ca (calcium), Mg (magnesium) en S (zwavel); en zeven microvoedingsstoffen (of sporenelementen genoemd): ijzer, boriun, chloor, mangaan, koper, zink en molybdeen.

Kieseriet bevat vrijwel alle belangrijke sporenelementen die een plant nodig heeft. Deze meststof is rijk aan: koper 1,2% (Cu), mangaan 0,6% (Mn), zink 0,1% (Zn), borium 0,08%, molybdeen 0,025% (Mo), calciumoxide 0,05% (CO) en magnesiumoxide 20% (MgO).

IJzer - Heeft een aandeel in de opbouw van bladgroen (chlorofyl), eiwitten en koolhydraten. IJzergebrek treedt op bij te lage pH-waarde, in natte (zuurstofarme) bodems en in gronden met een onevenwichtige voedingstoestand, bijvoorbeeld bij hoge fosfaatgehalten. De pH-waarde is een maatstaf voor zure of alkalische werking van een oplossing in water, dus ook van het bodemvocht. naarmate ze lager is, is de oplossing zuurder. Zuiver water heeft een pH-waarde 7. Fuchsia's blijken het beste te groeien met pH-waarde 6,5

Koper - Dit element is belangrijk voor het activeren van enzymen en bij de synthese van bladgroen. Bij droogte kan gebrek optreden, ook in bodems met een zeer hoog gehalte aan organische stof of kalk.

Mangaan - Dit is een bestanddeel van sommige enzymen. Het beinvloedt verschillende stofwisselingsprocessen, onder andere vorming van bladgroen. Mangaangebrek treedt gemakkelijk op naarmate de pH hoger is en de grond droger wordt.

Borium - Dit is de bouwsteen van belangrijke verbindingen en deze zorgt voor transport van de assimilaten (voedingsstoffen). Gebrek treedt op bij te hoge pH, waarbij de groeipunten kunnen afsterven en de bloem- en vruchtvorming beperkt blijven.

Molybdeen - Is van levensbelang voor omzetting van nitraat in de protene-synthese bij de planten. In een alkalisch middel spoelt molybdeen vaak uit en met dalende pH neemt de beschikbaarheid af.

Zink - De werking is vergelijkbaar met mangaan en het neemt deel aan de vorming van groeistoffen. In neutrale alkalische omstandigheden verbindt zink zich onmiddelijk in de grond met fosfor, waardoor onoplosbare zinkfosfaten ontstaan.

Kobalt - Vormt een bestanddeel van vitamine B12 en speelt een rol in de stikstoffixatie van eiwitstoffen.

Magnesium - Bij gebrek aan magnesium komen in de bladeren eerst gele en later ook dode bruine vlekken. Die zijn meestal het eerst zichtbaar bij de onderste bladeren. Bij magnesium gebrek een bladbespuiting van 2 gram Bitterzout per liter water geven. Na 2 dagen herhalen en vervolgens iedere maand tot het gebrek is opgeheven.

Fase 1: Van plantje zonder wortels tot met (veel) wortels.
We geven voor extra wortelgroei een hoger fosfaat P) percentage, door middel van de samengestelde meststof 10-52-10. Deze geven we maximaal 2 maal. In sommige soorten potgrond zit al extra fosfaat!

Fase 2: De vegetatieve groei (d.w.z. de aanleg en uitgroei van blad en stengel)
Voor de groei van de groene delen geven we een hoger stikstof (N) percentage. Samengestelde meststof 28-14-14 of 20-20-20. 28-14-14 niet vaker geven dan maximaal 2 maal, omdat anders het gewas te slap wordt. veiliger is het om 20-20-20 te geven. Geven tot de bloei.

Fase 3: De knopvorming, bloei en eventuele vruchtzetting
Deze fase vindt automatisch plaats omdat u in de voorgaande fases al steeds fosfaat hebt meegegeven. Aangezien deze meststof nauwelijks uitspoelt zal deze voldoende aanwezig zijn.

Fase 4: Afharden van het gewas
Hierdoor wordt de plant beter bestand tegen het wisselende klimaat van temperatuurverschillen. Ik beveel de meststof
20-5-30 aan. Zes weken tijdens de bloei geven.
Daarna weer 20-20-20.

Waarschuwing:

Ook teveel mest is slecht.

Bemesten door aangieten ongeveer 10% rendement, bemesten door bladbemesting ongeveer 95%.

De voor- en nadelen van bladbemesting op een rijtje.

Haalt plant uit impasse situatie
Alleen in lage doseringen toepasbaar
Snelle werking
Risico op verbranding
Geen vastlegging van meststoffen in de bodem
Geen nawerking, meerdere behandelingen noodzakelijk
Hoge benutting van de meststoffen

Waarop moet u letten bij bladbemesting?

Bij sterke instraling verdampt het water van de voedingsoplossing die gespoten is te snel. Hierdoor loopt de zoutconcentratie snel op, waardoor het risico op bladverbranding ontstaat.

Wanneer worden meststoffen snel door het blad opgenomen?

Als de luchtvochtigheid hoger is en de temperatuur rond de 20?C worden voedingsstoffen het snelst door het blad opgenomen. De opname door jonge bladen is beter dan die van de oudere bladeren. Planten met een dunne waslaag nemen ook makkelijker meststoffen op via het blad.

Voor een bladbemesting is het ook erg belangrijk dat de voedingsoplossing met fijne druppels wordt aangebracht.

Wanneer kan een bladbemesting worden toegepast

Temperatuur/Luchtvochtigheid

Inzet van bladbemesting

< 15?C
De stofwisseling van de plant is dusdanig laag dat slechts een klein deel van de bladbemesting wordt gebruikt. In de praktijk blijkt dat bij lagere temperaturen er toch nog voldoende elementen worden gebruikt door de plant

< 20?C
Bladbemesting met de maximaal toelaatbare concentratie toepassen. Let hierbij op de instraling!

20 - 25?C Bij nacht
Een iets lagere dosering dan de maximaal toelaatbare dosering inzetten

20 - 25?C met zonnig weer of kunstlicht
Geen bladbemesting toepassen

> 25?C
Geen bladbemesting toepassen

< 40 % luchtvochtigheid (RV)
Geen bladbemesting toepassen

Tot slot

De hoeveelheid effectieve elementen die door middel van bladvoeding aan de plant worden gegeven zijn beperkt. Bladvoeding is dus geen vervanging van de reguliere bemesting, maar een aanvulling daarop.
Gebruik altijd een uitvloeier. Als er druppels ontstaan (parelen) moet meer uitvloeier worden gebruikt. Goede uitvloeiers zijn Dreft, enz.
Het blad kan langer nat gehouden worden door Glycerine, suiker en (appel) stroop. (melasse) Appelstroop bevat ook sporen elementen zoals ijzer. De plant kan de suikers uit stroop op nemen, maar altijd kleine beetjes gebruiken.
Bij buiten toepassing het liefste tegen de avond, als geen regen verwacht wordt. Maar mist is wel gunstig.

Please Inloggen to join the conversation.

  • Page:
  • 1